Carel
den Hertog

viool
Carel is een nette jongen. Wat doet zo'n jongen eigenlijk in een trio als het onze? Het antwoord is simpel: als je goed kijkt, is Carel de grootste zigeuner van ons drieën. Onberispelijk gekleed, genietend van de goede dingen des levens (sigaren, cognac) en zwervend van de ene plek naar de andere, als hij maar kan spelen. Het komt niet weinig voor dat we met het trio in Zoeterwoude, Appingedam, Kolmschate…(etc.) moeten spelen en dat Carel met een bezweet voorhoofd uit een of andere obscure bus stapt, een bus die hem net heeft opgepikt uit een drukbezocht concertgebouw in Amsterdam. Maar Carel zelf wil geenszins herinnerd worden aan zijn succes in de klassieke muziekwereld. Als tijdens schnabbels het steeds groter wordende rijtje prijzen wordt voorgelezen door een trotse gastheer, staat hij er vuurrood bij (cognacje in de hand, sigaartje in de mond) en mompelt hij: "ik hoop dat we snel weer kunnen spelen". Hoewel hij zelf maar wat graag werken van grote meesters (Bach, Beethoven, en bovenal de van oorsprong zigeuner Paganini) op zijn manier aan klassiek minnend Nederland ten gehore brengt, komt zijn virtuositeit het best tot ontplooiïng in de dan weer subtiel melancholische, dan weer onnavolgbaar op de hoogste snaar ballancerende improvisaties met ons trio. Bovendien voelt Carel zich het meest op zijn gemak tussen de rondrennende kinderen, dolgelukkig bierdrinkende bruidegommen en de hem giechelend aanstarende meiden. Aan een avondje strak in pak gehezen concertgebouwpubliek hou je immers geen zes emailadressen over van de allerschoonste Merels, Hedwigen of Naomi's.


Coos
Lettink

accordeon
Albert Jacobus Lettink, geboren 1 februari 1981 te Bornebroek. Zonder hem zijn we niets, zonder hem is niets…Hij is onze drive, de motor, het (soms wat al te) stevige fundament: He's the man. Laten we onze muzikale rolverdeling omschrijven. Deze verschilt namelijk van de traditionele muzikale verhoudingen. In de traditionele ensembles speelt de accordeonist de harmonieën en volgt daarmee slaafs de grillen van de solerende melodicus. Maar niet in trio c tot de derde! Wij, Carel en Caspar, eenvoudige zielen op viool en klarinet, hebben de nobele taak, dan wel opdracht, om de onnavolgzame wendingen van onze Coos melodisch te begeleiden. Kortom, de melodie fungeert slechts ter ondersteuning van de hoempahoempa's, papahoemhoems, hoempapa's (etc.) die Coos te pas en te onpas uit z'n mouw weet te schudden, als ware het niets. Niets dan lof voor onze zeergewaardeerde medemusicus en kamaraad, alias Coos de hoempa-virtuoos. Goed geschreven, kunnen we concluderen, na bovenstaande nog eens rustig herlezen te hebben. Het is de waarheid, niets dan de waarheid. Er is echter één grote echter: ECHTER. Dergelijke positieve lofuitingen zijn enkel van kracht wanneer Coos op de afgesproken tijd op de afgesproken plaats present geeft. En als hij er dan volgens afspraak is, doet de vraag zich voor: Heb je je schroevendraaier mee? Want dikwijls blijkt: accordeon defect. En zonder een externe ingreep met meegebracht gereedschap blijft het nobele instrument hangen op een Ges majeur septiemakkoord. En voor niet musici onder ons: Da klink nie best in c mineur, onze huistoonsoort. Maar zijn accordeon en accordeonist in hoogste staat van paraatheid gebracht, dan komt vriend en vijand tot de slotsom: Wij willen Coos!


Caspar
Terra

klarinet
Caspar is muziek. Wat hem ter hande komt wordt zijn instrument. Een prullenbak, een rietje, een stukje papier, een eikeldop, een cirkelzaag, een drilboor, een treinwagon, een kazoo of een klarinet. Dat hij zich heeft toegelegd op dat laatste instrument, wat hij consequent een toeter blijft noemen, is puur toeval en ons geluk. Want wat was ons trio zonder het hevig snikkende of aanstekend lachende getoeter van Caspar. Caspar speelt zoals hij is. Vrij, soms ingetogen, dan uitbundig, en altijd onverwachts. Vanuit de traditionele melodieën gaat hij ons voor in grillige improvisaties. Caspar denkt in muziek. Hij weet de in eeuwenoude traditie gewortelde volksmuziek in een nieuw eigen eigentijds jasje te steken. En wát voor een jasje. Zelfgemaakt of voor een drol en drie knikkers op het waterlooplein gekocht, stijlvol (terrastijl) gecombineerd met zijn lapjesbroek, belletjesschoenen, nagellak en frivool hoofddeksel. Dit alles in zijn favoriete kleur geel, sinds hij in aanraking kwam met het billyhoxfordgedachtengoed. Billy Hoxford: de man achter het kaaskijken, de kaasstellingen, het kaasdenken, iets wat ons net zo vreemd in de oren klinkt als u nu. We kunnen nog meer over Caspar vertellen, zijn levensvisie proberen uit te leggen of zijn raadselachtige psyche te analyseren, kortom, het mysterie Caspar te beschrijven. Doch: over muziek praat je niet en Caspar is muziek. Hoor hem schitteren en weet wie hij is.